MADEIRA, het eiland van de bloemen, kliffen en stranden

MADEIRA, het eiland van de bloemen, kliffen en stranden

Het Portugese eiland Madeira is een tot de verbeelding sprekend stukje Europese tropen in de Atlantische Oceaan, op 600 kilometer ten westen van Marokko en anderhalf uur vliegen van Lissabon.
Het is een eiland met twee gezichten, want een reeks bergen snijdt het doormidden en dat zorgt voor een gevarieerd klimaat.
Aan de noordkant, in de buurt van Santana en Porto da Cruz, slaan de ruige golven van de Atlantische Oceaan keihard te pletter tegen de kust en tegen de kliffen. Het weer is er wat wisselvalliger en dus vind je er meestal ook minder toeristen.
Ten zuiden van de Encumeada-pas beland je aan de kust in een andere sfeer: die van stranden, palmbomen, zonnebrand en ijsjes. Overal wordt gesnorkeld en gezwommen, af en toe komt een duiker trots met een octopus aan zijn harpoen uit het water.

Hoe verken je het?
Ook al is Madeira met zijn lengte van 57 kilometer en breedte van 23 kilometer relatief klein, een auto is onmisbaar om tijdens een wandelvakantie de pracht van het eiland ten volle te leren kennen. Door de bergen en heuvels verloopt je autotocht vol pieken en dalen en dat is al een avontuur op zich.

Bloemenpracht
Naar Madeira ga je niet voor de zon, maar voor de imposante natuur. Dit bloemeneiland kent zijn gelijke niet. Dat is het gevolg van het tropische klimaat dat het landschap met een groene mantel overdekt. Orchideeën, bromelia’s, jasmijn, magnolia, oleander, frangipani, hibiscus: het zijn maar een paar van de 700 planten die je hier vindt. Honderd daarvan komen zelfs enkel op dit eiland voor. Ook in de meest ruwe rotsomgeving is wel één of ander felgekleurd bloemetje te bewonderen. De beste periode om van deze bloemenpracht te genieten is het voorjaar (april, mei, begin juni). Eén prachtig stuk flora vind je het hele jaar door: de Laurusilva. Deze primaire wouden vol laurier- en eucalyptusbomen zijn door de Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed, omdat ze zo zeldzaam zijn in Europa.

Levadawandelen
Uniek voor Madeira zijn de zogenaamde ‘levadawandelingen’. Op Madeira laten ze geen druppel regenwater verloren gaan. De levada’s zijn de irrigatiekanaaltjes die door slaven in de rotsen werden uitgegraven om het regenwater uit de bergen in het binnenland naar de droge, lager gelegen terrassen in het zuiden te voeren. Hoog boven in de bergen, boven Jardim do Mar, ligt de levada van Rabaçal, de mooiste levadawandeling op het eiland. Het landschap is er van een bevreemdende exotiek, met rotswanden die begroeid zijn met stroken brem, laurierwoud en watervalletjes. De dunne gemetselde muurtjes van de levada vormen een waterkanaaltje en zijn perfect begaanbaar. In totaal liggen er zo’n 2.150 kilometer levada’s over het eiland verspreid. Nog een andere mooie wandeling: vanaf de Baia d’Abra twee uur wandelen langs de duizelingwekkende kliffen en diepe inhammen van Sao Lourenço, het schiereiland in het oosten. Op enkele bochten van Porto Moniz, in het noordoosten van het eiland, start de Levada do Moinho, die van de watermolen. Je wandelt hier langs vervallen watermolens, mimosa’s en via houten trapjes naast het kabbelende water.

De mooiste autorit: langs de oude weg van noord naar zuid
Het letterlijke hoogtepunt van Madeira zijn de pico’s, de hoogste toppen en bergkammen in het midden van het eiland. De allerhoogste is de Pico Ruivo (1.862 meter), die via een spectaculair rotspad naar de iets lager gelegen Pico do Arieiro leidt. Die laatste is ook met de auto bereikbaar, zodat je zicht krijgt op de dramatische berglandschappen en de adembenemende omgeving. Maar de mooiste autotocht vertrekt in het noordwesten. Laat de autosnelwegtunnels voor wat ze zijn en neem in de plaats daarvan de oude weg in het noorden van Sao Jorge naar Sao Vicente, een magistraal parcours met haarspeldbochten door heuvels en terrassen met intense tinten groen. Steek dan de Encumeada-pas over en rij door de bergen naar de badplaatsen Ribeira Brava, Ponta do Sol of Calheta in het zuiden. Vanop de miradouro’s heb je een weids panorama over de valleien die lijken op Zuidamerikaanse regenwoudlandschappen of zelfs rijstterrassen.

Dolfijnen en walvissen spotten
Madeira ligt op het migratietraject van de walvissen en dus zijn er nog heel wat van deze zeezoogdieren te spotten. Omwille van de zeestroming doen ze enkel het zuiden van het eiland aan. Zowel in hoofdstad Funchal als aan de oostkust kan je het hele jaar door inschepen op een catamaran of zeilboot om op zoek te gaan naar de reuzen van de zee. In de zomer houdt de boot regelmatig halt zodat je kan zwemmen of snorkelen.

Restauranttips
Op Madeira kan je verrukkelijk eten als je van vis en versgeplukte groenten houdt. In elk restaurant vind je ook dagverse schaaldieren zoals mosselen, ameijoas (venusschelpjes) en polvo à lagareiro (gegrilde octopus). Lapas grelhadas hebben iets weg van mosselen, worden bereid met een sausje van boter en look en smaken hemels met wat citroensap erover. Espetada em paude louro is traag gegaard en dus heerlijk zacht rundsvlees, bereid aan een lange staaf en ook zo, hangend aan een haak, aan tafel geserveerd.
In Funchal liggen de leukste restaurants in de Rua de Santa Maria. Aanraders zijn Estrelo do Mar en Gaviao Novo, het beste visrestaurant van de stad.
In het kleine Porto da Cruz aan de noordkust vind je langs de kustboulevard talrijke terrasjes waar je verse vis en espada (zwaardvis) kunt eten.
Aan de zuidkust is Tar Mar (in Jardim do Mar) één van de beste restaurants van het eiland. Smul er van gegrilde gamba’s of calamari met look en peterselie.

MADEIRA ZELF ONTDEKKEN?
Kijk eens naar onze reis ‘Madeira, langs levada’s en laurieren’.

Madeira langs levada’s en laurieren