Zodra het goeie weer eraan komt, wordt de tuin weer het verlengstuk van je woonkamer. Barbecues, spelende kinderen, een boek in de zon: het speelt zich allemaal af op het gazon. Maar net in de zomer krijgt je grasveld het zwaar te verduren. Hitte, droogte, intensief gebruik en ongewenste ondergrondse gasten kunnen van een frisgroene grasmat in enkele weken een dorre, plekkerige vlakte maken. Zelfs die ondergrondse vreters pak je vandaag gelukkig gifvrij aan: emelten bestrijden kan bijvoorbeeld volledig op een natuurlijke manier. Met een paar gerichte onderhoudsgewoontes hou je je gazon de hele zomer in topvorm. In dit artikel lees je precies hoe je dat aanpakt.
Samenvatting in één oogopslag
Weinig tijd? Deze tabel toont in één oogopslag wat je gazon deze zomer nodig heeft. Verderop in het artikel lees je bij elke taak de uitleg en praktische tips, van maaien en sproeien tot natuurlijke bestrijdingsmiddelen tegen plagen in het gazon.
| Onderhoudstaak | Wanneer | Waarom het werkt |
| Maaien | Wekelijks, niet korter dan 4 cm | Langer gras houdt vocht vast en verdringt onkruid |
| Water geven | 1 tot 2 keer per week, ’s ochtends vroeg | Diep en minder vaak sproeien stimuleert diepe wortels |
| Bemesten | Begin van de zomer, organische meststof | Voedt het gras geleidelijk zonder verbranding |
| Plagen controleren | Bij gele of kale plekken | Emelten en engerlingen vreten wortels aan onder de grond |
| Kale plekken herstellen | Voor- of nazomer, bij vochtig weer | Doorzaaien voorkomt dat onkruid de open ruimte inneemt |
Maaien: vaker, maar niet korter
Veel mensen maaien hun gazon in de zomer extra kort, in de hoop minder vaak te moeten maaien. Dat werkt averechts. Kort gemaaid gras droogt sneller uit, verbrandt makkelijker in de zon en geeft onkruid en mos vrij spel. Hou in de zomer een maaihoogte van minstens 4 centimeter aan, en bij aanhoudende droogte zelfs 5 tot 6 centimeter. De langere sprieten werpen schaduw op de bodem, waardoor die minder snel uitdroogt.
Maai liever wekelijks een klein beetje dan om de drie weken een flink stuk. De vuistregel: haal per maaibeurt nooit meer dan een derde van de graslengte weg. Zo blijft de plant sterk genoeg om zich snel te herstellen. Laat bij warm en droog weer het fijne maaisel gerust liggen: het werkt als een dun beschermlaagje dat vocht vasthoudt en voedingsstoffen teruggeeft aan de bodem.
Water geven: diep in plaats van vaak
Elke avond even sproeien lijkt goed voor je gazon, maar je traint er vooral luie graswortels mee. Als het water alleen de bovenste centimeters bereikt, blijven de wortels oppervlakkig zitten en is je gras extra kwetsbaar bij droogte. Beter is het om één tot twee keer per week flink te sproeien, zodat het water 10 tot 15 centimeter diep de bodem in trekt. De wortels groeien dan mee naar beneden, waar de grond langer vochtig blijft.
Sproei bij voorkeur ’s ochtends vroeg. Dan verdampt er weinig water en droogt het gras overdag weer op, wat schimmels minder kans geeft. Sproeien in de volle middagzon is zonde van het water, en avondlijk sproeien laat het gazon de hele nacht nat staan.
Herken je een dorstig gazon?
Twijfel je of je gazon water nodig heeft? Loop erover en kijk achterom. Veren de grassprieten meteen terug, dan zit het goed. Blijven je voetstappen zichtbaar staan, dan is dat een vroeg teken van vochttekort. Een blauwgrijze gloed over het gras is een tweede signaal om de sproeier boven te halen.
Bemesten en de bodem gezond houden
Een gazon dat regelmatig gemaaid wordt, verbruikt veel voedingsstoffen. Geef daarom aan het begin van de zomer een organische gazonmeststof. Die geeft haar voedingsstoffen langzaam af, waardoor het gras gelijkmatig groeit en je geen risico loopt op verbranding, wat bij kunstmest op hete dagen wel kan gebeuren. Organische bemesting voedt bovendien het bodemleven: wormen en micro-organismen houden de grond luchtig en zorgen dat water en voeding goed bij de wortels raken.
Is je bodem hard en dichtgeslagen, bijvoorbeeld op plekken waar veel gelopen of gespeeld wordt? Prik het gazon dan los met een riek of een gazonbeluchter. Zo kunnen lucht en water weer makkelijk de grond in, en dat merk je binnen enkele weken aan de kleur van je gras.
Gele en kale plekken: kijk ook onder de grond
Zie je in de zomer gele of kale plekken verschijnen terwijl je netjes maait en sproeit? Dan is de oorzaak vaak niet boven, maar onder de grond te vinden. Twee beruchte boosdoeners zijn emelten en engerlingen.
Emelten herkennen
Emelten zijn de larven van de langpootmug. Het zijn grijsbruine, pootloze larven van zo’n 3 tot 4 centimeter die zich tegoed doen aan graswortels. Het gras verliest daardoor zijn houvast en voeding: eerst verkleurt het geel, daarna sterft het pleksgewijs af. Een extra aanwijzing zijn vogels zoals kraaien, eksters en spreeuwen die je gazon omwoelen. Zij pikken de larven uit de grond en richten daarbij zelf ook flinke schade aan. Wil je zeker weten of emelten de oorzaak zijn? Steek een graszode van ongeveer 20 bij 20 centimeter uit en kijk in de bovenste bodemlaag. Vind je meerdere larven, dan is het tijd om in te grijpen.
Gifvrij ingrijpen met aaltjes
Chemische middelen zijn voor particulieren in België en Nederland grotendeels verboden, en dat is maar goed ook: ze schaden ook het nuttige bodemleven waar je gazon net van afhankelijk is. Gelukkig heeft de natuur zelf een oplossing. Emelten pak je aan met microscopisch kleine aaltjes (nematoden), die je simpelweg met de gieter of sproeier over het gazon uitgiet. De aaltjes dringen de larven binnen en schakelen ze uit, terwijl je gras, huisdieren en spelende kinderen er niets van merken. Belangrijk is wel dat je de bodem tijdens en na de behandeling vochtig houdt, want aaltjes verplaatsen zich via het bodemvocht.
Dezelfde aanpak werkt trouwens ook tegen engerlingen, de larven van onder meer de meikever en rozenkever. Biologische bestrijders zoals aaltjes, roofmijten en lieveheersbeestjes zetten de natuurlijke vijand van een plaag in, in plaats van gif. Zo herstel je het evenwicht in je tuin zonder bijen, vogels of egels te schaden.
Kale plekken herstellen met doorzaaien
Waar gras verdwenen is, staat onkruid te popelen om die plek in te nemen. Herstel kale plekken daarom zodra de ergste hitte voorbij is, in de nazomer of vroege herfst, wanneer de bodem nog warm is maar er weer regelmatig regen valt. Zo pak je het aan:
- Hark de kale plek los en verwijder dood gras, mos en onkruid.
- Verdeel een dun laagje potgrond of compost over de plek.
- Zaai graszaad dat past bij je gazontype en druk het licht aan.
- Hou de plek twee tot drie weken constant vochtig tot het zaad goed gekiemd is.
Kies bij het doorzaaien meteen voor een droogtetolerant grasmengsel. Zo maak je je gazon stap voor stap beter bestand tegen de steeds warmere zomers.
Een gezond gazon begint bij een levende tuin
Een mooi grasveld staat niet op zichzelf. Een tuin met bloeiende borders, een haag en hier en daar een wilde hoek trekt lieveheersbeestjes, zweefvliegen, egels en vogels aan. Die natuurlijke bondgenoten houden plaaginsecten in toom voordat ze een probleem worden. Hoe meer leven in je tuin, hoe minder je zelf hoeft in te grijpen.
Vat je het zo samen: maai niet te kort, sproei diep in plaats van vaak, voed de bodem, hou gele plekken in de gaten en grijp gifvrij in als er ondergrondse vreters aan het werk zijn. Met die routine geniet je de hele zomer van een grasveld waar je met plezier je blote voeten in zet. En dat is toch waar het goeie weer voor bedoeld is?